Angst voor ouderdom

Gisteren werd de oudste Nederlandse vrouw 112 jaar. Door dat soort berichten voelt mijn 25 jaar dan opeens best wel jong opeens, maar toch is dat meestal niet het geval. Ik voel me oud, en het maakt me bang. Want ja, ik ben zo iemand die bang is voor de dood, en ouderdom is een teken van de naderende dood, hoe je het ook wendt of keert. Nou is 25 niet daadwerkelijk oud, maar het is ook geen 18 meer. Het enge is dat ik me 18 nog goed kan herinneren en dat het voelt als eergisteren. Zeven jaar zijn voorbij gevlogen in ‘the blink of an eye’ zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. En voor je het weet zijn de volgende zeven voorbij en ben je 32. En 39. En 46… Je haren zijn weg en je doet nog steeds datzelfde rotwerk waar je zogenaamd twintig jaar geleden al mee zou stoppen. Je hebt nog steeds niks van de wereld gezien en het ergste? Je hebt er vrede mee gesloten. Jezelf wijsgemaakt dat je het niet erg vindt.

Ik heb het vaak genoeg gezegd: Dát is mijn grootste angst. Ik wil niet oud worden als het zo moet, en de laatste tijd voelt mijn leven steeds meer alsof het die richting in gaat. Ik voel een drukkend gevoel van interne angst over mijn toekomst. Iets in me wat schreeuwt dat ik hier binnen niet al te lange tijd aan moet ontsnappen of het zal voor altijd zo blijven. En dat wil ik niet, want dan wil ik dood. Gewoon nu. Ik ben nu al zo moe van alles, en zo klaar met alles. Ik kan het niet nog 40 jaar. Écht niet. Misschien nog vijf, maar dat is echt het maximale. Dan moet er iets gebeuren.

Soms, vanuit mijn werk, zie ik een man. Het is een oudere man, met pensioen gezien de tijden dat hij aanwezig is, en hij heeft een camper. Daarvoor huurt hij een grote garagebox op het bedrijventerrein waar ik werk. Het is geen kleine camper… Nee, zeker niet. Één van de grotere, duurdere modellen, waar je redelijk comfortabel met een gezin in zou kunnen kamperen. Maar het pijnlijke is: dat gebeurt niet. Elke week komt de man naar zijn camper toe, en hij rijdt hem naar buiten. Hij poetst de raampjes, wast het exterieur, gaat naar binnen en verplaatst dingen. Maar altijd gaat de camper terug naar binnen, keer op keer. Het is een redelijke samenvatting van waar ik bang voor ben. Je hebt het geld, je hebt de tijd, maar je doet er niks meer mee. Heeft het leven je motivatie eruit geslagen? Is je gezondheid niet meer wat het is geweest? Wat het ook is, het is deprimerend om te zien.

Maar soms zie ik oude mensen die me hoop geven. Vorig jaar was ik in de bergen van Oostenrijk toen ik een oud echtpaar spotte in een oude MGB op Nederlandse platen. Geen comfortabele SUV met airco, maar een oude Engelse roadster die letterlijk elk moment uit elkaar kan vallen zoals Engelse auto’s uit dat tijdperk maar al te graag doen. Ik reed achter ze in mijn eigen roadster en ik wist het: zo wil ik oud worden. k wil tot op de dag dat ik mijn laatste adem laat actief blijven, de wereld blijven verkennen. Het liefst ga ik dood op reis, niet in een ziekenhuis hier in Emmen. Ja, ik ben 25 en ik heb mijn dood al uitgedacht. Is dat een slecht teken?

Wat me bang maakt is dat dat misschien geen optie is. De toekomst in onzeker, zowel van mij persoonlijk als van de wereld. Hoe ziet alles eruit over 55 jaar, als ik 80 ben? Mogen we nog benzineauto’s rijden? Kunnen we nog veilig op reis? Heeft mijn huidige geld nog waarde? Bestaat het pensioen nog zoals het nu is? Het zijn onzekere tijden, en dat zet de druk erop. Ik wil niet wachten tot ik 70 ben voor ik de wereld ga verkennen. Ik wil nu weg! Letterlijk nu, deze seconde, in de auto stappen en wegrijden en pas terugkomen als ik alles gezien heb wat ik wil zien op de wereld. Wat waarschijnlijk betekent dat ik nooit mee terugkom.

Maar ik kan nu niet weg. Ik zit vast in het web van werken voor een karig loontje waarmee ik met moeite één vakantie per jaar kan betalen. En dat is wat me bang maakt en me die interne paniek geeft. Er moet iets veranderen waardoor ik van mijn leven kan genieten nu ik nog jong ben. Dit gevoel lijken niet veel van mijn leeftijdgenoten te delen, en ergens ben ik daar blij mee, want het is geen fijn gevoel. Het is continue angst. Je bent beter af als je vrede hebt met een leven lang werken en één keer per jaar naar de camping in Frankrijk. Maar ik kan het niet. Echt niet. Dit gevoel heb ik al tien jaar, en ik dacht dat het misschien over zou gaan, maar dat doet het niet.

Het probleem is dat ik een watje ben. Ik durf geen risico’s te nemen, en daardoor is het heel lastig om mijn sleur-situatie te doorbreken. Dat is iets waar ik aan probeer te werken: mijn watjes-niveau omlaag helpen. Want ik ben niet blij met mijn leven. Wel met sommige aspecten, maar overall ben ik niet gelukkig met waar ik ben en hoe mijn toekomst eruitziet. En daarom ben ik zo bang voor ouderdom, omdat het om de hoek ligt te loeren, en voor je het weet is het er en heb je niet bereikt wat je wou bereiken en voor je het weet ben je niet meer lichamelijk of geestelijk in staat om nog je dromen te realiseren.

En ik weet, nogmaals, dat 25 jaar jong is. Maar fuck, wat voelt het oud voor mij. Ik wil terug naar toen ik 16 was zodat ik al mijn fouten kan herstellen. Dan was ik niet hier geëindigd. Maar ik wil ook niet zo iemand zijn die alleen maar roept hoe het allemaal had moeten gaan. Je kunt niks meer veranderen aan het verleden, dus moet ik maar blijven proberen om de toekomst zo mooi mogelijk te maken. Als ik ook 112 wordt, of zelfs maar 90, dan heb ik nog 65 jaar te gaan. Laten we hopen dat ik ooit mijn woorden in daden weet om te zetten en het leven weet te creëren waar ik zo naar verlang. Misschien ben ik dan over 60 jaar dat mannetje wat op zijn 85e nog met een oude roadster en zijn vrouw naast zich de bergen in trekt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *