Daar ben ik weer

“Het is lang geleden dat wij elkaar gezien hebben”, zei de huisarts toen ik vanmorgen weer eens in de wachtkamer zat. Ik grapte dat dat meestal een goed teken is. Hetzelfde geldt een beetje voor mijn blog. Want ook deze blog is iets waar ik vooral op terugval als dingen niet goed gaan. Net als de huisarts, gebruikte ik hem anderhalf jaar lang niet, maar hier ben ik weer. Want, je raad het al… Dingen gaan niet zo goed. Sterker nog, dingen gaan heel erg slecht. Ik zat dan ook niet bij de dokter vanwege een ontstoken teennagel of een gekneusde bal. Voor het eerst in lange tijd, had ik het gevoel dat ik er niet meer uit kwam en hulp nodig had.

Mijn leven heeft veel pieken en dalen gekend. Misschien wat meer dalen dan pieken, om heel eerlijk te zijn, maar waar ik momenteel in zit is een vreselijk dal. Mij niet onbekend, maar dit keer is het anders. Dieper en uitzichtslozer dan voorheen. Ik heb geen waanideeën dat iemand deze blog nog volgt, maar ik zal toch de situatie even uitleggen, meer als schrijftherapie voor mezelf. We gaan even terug naar een kleine vier maanden geleden, tijdens mijn zomervakantie. Ik reed met mijn vriendin en mijn vrienden door Scandinavië in mijn geliefde auto en het leven leek goed. Ik begon financieel een beetje uit de put te kruipen, mijn vriendin zou vlak na de vakantie met haar studie beginnen en eigenlijk was alles gewoon mooi. Maar er was een probleem: mijn moeder was ernstig ziek en zat aan de chemotherapie. Maar we bleven allemaal positief, want met de chemo kon ze nog best lang leven en konden we nog leuke dingen doen en genieten van de laatste maanden of misschien zelfs wel jaren.

Na twee weken kwam ik terug in Nederland, en niet veel later stortte mijn wereld in. Slechts een dag na terugkomst, kreeg ik te horen dat de chemotherapie niet aansloeg en dat mijn moeder uitbehandeld was. Dit nieuws sloeg in als een bom en toen al wist ik dat een depressie bijna onvermijdelijk was. Maar we hadden nog wel eventjes, toch? Het leven ging door en ik moest naar werk. Het weekend na het nieuws waren we nog op pad. Ja, ze moest in een rolstoel maar ze was nog optimistisch en vrolijk, zoals we haar kenden. En helaas ging opnieuw het leven door. Achteraf wou ik dat ik mijn vrije dagen had opgebruikt die week, want het zou de laatste zijn die ik nog met haar had kunnen doorbrengen. In plaats daarvan zat ik op de werkvloer, ver weg van haar. Het weekend erop overleed ze na een vreselijke laatste dag. Fatsoenlijk afscheid zat er niet meer in, want ze was mentaal al weg voor haar lichaam ging. Het was een vreselijk traumatisch weekend wat ik mijn leven lang nooit zal vergeten.

Eerst is er een soort ongeloof. Het is alsof het huis waar je je leven lang in hebt gewoond, spontaan instort en het eerste wat je doet is gewoon in het puin zitten, ongelovig voor je uit starend. Het moet een droom zijn, toch? Een vreselijke nachtmerrie. Pas later begint het door te dringen en kun je de auto bijna niet op de weg houden omdat de tranen over je brillenglazen druipen. Over de komende dagen en weken begint het in te werken en realiseer je je alle dingen die je niet hebt kunnen zeggen, alle dingen die je nooit meer kunt doen, alle dingen die zo leeg zullen voelen zonder haar. De eerste periode vergeet je soms heel even dat ze weg is en wil je haar iets sturen of langsgaan, waarna de realisatie opnieuw inslaat als een bom. Later gaat dat weg, maar de holte blijft. Nu, drie maanden verder, lijkt de holte niet kleiner te worden, maar alleen maar groter.

Er is letterlijk niks wat ik kan doen zonder aan haar te denken. Waar mijn geheugen normaliter waardeloos genoeg is om te vergeten wat ik de dag ervoor heb gegeten, blijkt het een meester als het aankomt op me depressief maken met herinneringen van mijn moeder. Bij het zien van elk klein dingetje in mijn huis, herinner ik me opeens die ene dag acht jaar geleden dat ik het samen met mijn moeder kocht. Bijna elk gespreksonderwerp doet me denken aan een gesprek met haar. Met haar praatte ik over alles, wat het niet gemakkelijk maakt. Het rouwproces was, en is, in volle gang. Met dank aan een geweldige vriendin en een set hele goede vrienden, sloeg ik me er in het begin nog enigszins doorheen. Afleiding hier, soms een potje onbeschaamd janken daar.

Pas een paar weken geleden realiseerde ik me dat dingen niet beter werden, maar erger. Ik weet niet welke kant het op werkt, maar alles in mijn leven leek fout te gaan en ik kon het niet meer aan. Op werk ging alles kut, constante onvoorziene kosten hielden me financieel diep in de put en tot overmaat van ramp kwam er al snel een tweede uitvaart van het jaar in de vorm van een geliefd lid van de familie. Zelfs de kleine dingen leken allemaal stuk te lopen. Mijn auto blies zijn turbo op en mijn computer liep rampzalig vast. Ik was het kookpunt voorbij. Ik was zo vreselijk verdrietig, maar ook zo vreselijk kwaad. Ik wou dingen slaan en schreeuwen en iemand verantwoordelijk houden, maar dat kon niet. Het was allemaal gewoon pech, bovenop pech, bovenop pech. Het was teveel. Ik weet niet of ik depressief was van de tegenslagen of dat de tegenslagen erger leken omdat ik depressief was, maar hoe dan ook moest er iets gebeuren. Het allerergste aan dit alles is dat degene waar ik normaliter altijd heen ging met mijn problemen, degene die altijd alles beter maakte en voor alles een oplossing had, nu deel was van het probleem in al haar afwezigheid. Het is de meest pijnlijke ironie dat ik niks liever wil dan met mijn moeder praten over hoe ik in godsnaam ga dealen met het feit dat zij er niet meer is.

Ik onthoud mijn dromen zelden, maar bijna altijd als ik iets onthoud, is ze daar. We bespreken niet haar dood en er is niks sombers. Het zijn bijna altijd de gewone momenten die ik herbeleef. De casual bezoekjes waar we gewoon op de bank zaten en praatten over van alles, alsof er niks is gebeurd. Het zijn prachtige dromen, maar ze zijn te kort en te weinig. Dus daar zat ik vandaag weer in de wachtkamer van de huisarts. Ik moet met iemand praten, en ik kan niet altijd die last bij mijn vriendin of mijn vrienden leggen. Soms is het fijn om te praten met een neutrale partij. Ik merk dat het mijn leven nu echt begin te beïnvloeden namelijk. Ik heb geen energie meer, heb nergens meer zin in en laat vrienden en familie in de steek omdat ik eigenlijk alleen nog maar in bed wil liggen. Uiteraard kwam ook de kwestie van pillen weer naar boven toen ik bij de huisarts zat. Het is iets waar ik heel goed en heel lang over moet nadenken of ik het wil, en sowieso niet voor ik therapie een kans heb gegeven. Het pijnlijke aan de huidige situatie is vooral dat er geen verandering mogelijk is. Mijn vorige depressies waren gebaseerd op mijzelf. Mijn gebrek aan zelfvertrouwen, gebrek aan romantiek, gebrek aan werk, gebrek aan motivatie etc. Dit keer is het het keiharde verlies, en daar is niks aan te veranderen. Er is niks wat haar gaat terugbrengen, en dat is een realiteit waar ik mee moet leren leven.

De komende tijd zal ik deze blog denk ik vooral gebruiken als een soort dagboek terwijl ik probeer uit dit diepe dal te kruipen, met alle hulp die ik maar kan grijpen. Voor nu is het plan vooral focussen op ritme, beweging en therapie. En schrijven, want dat staat voor mij gelijk aan therapie. Als er dan iets goeds voorkomt uit dit alles, laat het dan zijn dat ik weer vaker in de pen klim.

 

“Je was mijn hart, maar nu klopt het niet meer”

Fresku, Wela